Mendel
Gregor Mendel, de ontdekker van de wetmatigheid van de vererving, leefde in Oostenrijk van 1822 tot 1884. Op jeugdige leeftijd ging hij naar een klooster en werd in 1847 tot priester gewijd. Daarna studeerde hij natuurwetenschappen en aansluiten deed hij de proeven die hem onsterfelijk gemaakt hebben. Zijn meeste bekende proef of experiment is dat met de erwten. Dat ging als volgt in z'n werk. Mendel kocht een aantal verschillende rassen erwten die uiterlijk duidelijk van elkaar verschilden. Die pootte hij en hield ze tijdens groei, bloei en oogst, streng gescheiden. Na een enkele jaren had hij een paar soorten die, wat je noemt, fokzuiver (homozygoot) waren. Het groene ras bracht alleen groene voort en het gele ras alleen gele. Toen hij van de fokzuiverheid overtuigd was, pootte hij beide weer uit, streng gescheiden. Hij liet ze ongestoord groeien tot ze gingen bloeien. Toen knipte hij uit beide rassen de meeldraden uit de bloemen en verzamelde die, ook weer streng gescheiden. Daarna bestoof hij de stampers va nde bloem van de gele erwten met stuifmeel van de groene erwten en omgekeerd. Daarna liet hij ze weer met rust tot de oogst. Bij het dorsen bleek dat alle erwten geel waren. De kleur groen was blijkbaar verdwenen.
Het volgende voorjaar pootte Mendel deze gele erwten, de F1, uit en liet ze groeien en bloeien zonder in te grjipen. ( De F is van Filius en dat is latijn voor zoon en de 1 staat voor de 1e generatie). Bij het dorsen bleek dat de groene kleur terug was, ¾ van de nieuwe oogst was geel en ¼ was groen. De kleur groen was, zonder zich met geel te mengen en zonder zichtbaar te zijn, een generatie meegegaan.
In onderstaand schema staat de G voor geel en de g voor groen. Uit de proef blijkt dat geel dominant is over groen. We kunnen, zonder verdere aanpassingen de gele erwt vervangen door een gele kanarie en de groene dooor een recessief witte. We zien dat de eerste generatie (F1) gele nakomelingen geeft, die niet fokzuier zijn. De dominante kleur belet een andere kleur zich te ontwikkelen.
In de tweede generatie (f2) komt de recessieve kleur weer tevoorschijn, fokzuiver. We zien ook dat een op de vier fokzuiver is voor de dominante kleur en twee van de vier niet fokzuiver zijn.